woensdag 16 mei 2007

Diamond 1: get my contacts!

INLEIDING
Mijn onderzoek is slechts een enkel onderdeel van het grote onderzoek waar ik al zes jaar nu mee bezig ben. Dat begon met de ontdekking van de Amerikaanse wilde varkens (pekari) en is inmiddels uitgegroeid tot een grote (misschien wel enorme) kritiek op het boek Guns, Germs, and Steel (Zwaarden, Paarden & Ziektekiemen) van de Amerikaan Jared Diamond. De meeste vrienden van mij weten dat ik hier mee bezig ben. Ook al probeer ik het er zo min mogelijk over te hebben omdat ik ze dan de oren van het hoofd zou praten. Daarom deze blog waarin ik zo kort en toch zo volledig mogelijk in één keer zal vertellen wat nou exact mijn onderwerp is. Het onderwerp dat inmiddels helemaal samengevloeid is met mijn onderwerp van vóór 2001, te weten indiaanse (& "inheemse" in het algemeen) rechten. Het begon met demonstraties voor de vrijheid van Leonard Peltier (die nog stééds in de bak zit overigens, nu al 31 jaar...) en nu omslaat het alles wat met Indiaans-Amerika te maken heeft. En dat zonder er naar te verlangen zélf een indiaan te zijn... zoals toen ik 16 was...

Voor de goede orde: met Amerika bedoel ik NIET de verenigde Staten aléén. Amerika voor mij is vanaf Groenland en Alaska in het noorden tot aan Vuurland in het zuiden. Het gebied op deze drie kaartjes:




Mijn promotieonderzoek spitst zich toe op het onderwerp Contacten (al dan niet economisch) tussen deze drie gebieden vóór de komst van Columbus (1492). Omdat dit gebied erg groot is richt ik me vooral op de contacten aan de Pacifische kant (dwz. dus niet het Caribisch gebied) en om nóg specifieker te zijn: tussen de twee grote Amerikaanse cultuurcentra, Meso-Amerika (dwz. de landen Mexico, Guatemala, El Salvador en de Pacifische kuststrook van Nicaragua, Honduras en noord-Costa Rica) en het Andes gebied (dwz. Ecuador, Peru, Bolivia, Chili). Het gebied daartussen (van noord naar zuid: zuid-Costa Rica, Panama en Colombia) speelt hierbij een cruciale rol.

JARED DIAMOND & HIS MOST POPULAR WORK
In het kort komt het boek Guns, Germs, and Steel (Paarden, Zwaarden en Ziektekiemen, 1997) neer op het volgende: Europa (breder: Eurazië) heeft zijn huidige plaats in de wereld te danken aan natuurlijke factoren. Europeanen zijn niet genetisch beter of slimmer dan niet-Europeanen, het continent Europa is door haar ligging, vorm, structuur, klimaat, etc... puur toevallig het continent waarvan het in het verschiet lag om haar bewoners een rijke Eerste Wereld te schenken. Simpelweg zou je kunnen zeggen: als er zwarten hadden gewoond in Europa dan hadden zij de wereld veroverd. Het heeft dus niets te maken met huidskleur of andere biologische verschillen tussen de volkeren maar door de natuurlijke omstandigheden waarin zij woonden. Om de tekst op de achterkant van de Nederlandse uitgave te citeren:

In dit bijzondere boek geeft de Amerikaanse wetenschapper Jared Diamond een samenvatting van de menselijke geschiedenis gedurende de afgelopen 13.000 jaar. Hij toont aan dat de geschiedenis voor de verschillende volkeren een verschillende loop genomen heeft als gevolg van verschillen in het milieu van die volkeren, en niet als gevolg van biologische verschillen tussen die volkeren. Volgens Diamond hebben de ontwikkelde delen van de wereld hun positie uiteindelijk niet aan zichzelf, maar aan een speling der natuur te danken.

Met dit boek (dat een enorme bestseller is) heeft hij de Pulitzer-prijs gewonnen en veel lof geoogst. Zo schreef het wetenschappelijke tijdschrift Nature:

Jared Diamond heeft een boek met een enorme reikwijdte geschreven... een van de belangrijkste en meest lezenswaardige werken die over de geschiedenis van de mensheid geschreven zijn.

De krant The Times schreef:

Het boeiendste verslag ooit geschreven over het ontstaan van een wereld van haves en have-nots.

Tot slot de Los Angeles Times:

Hij heeft ons een dienst bewezen door ons een overtuigend alternatief voor het racistische antwoord te bieden. Een waanzinnig interessant boek.

Zoals ik al zei: veel lof.

Ikzelf werd voor de eerste maal geconfronteerd met dit boek in 1999. Op de Hogeschool van Amsterdam gaf een enthousiaste antropoloog aan een stampvolle zaal in een uur een samenvatting van het boek. Het miste zijn uitwerking niet. Althans op mij. Het is immers (zoals de Los Angeles Times schrijft) een overtuigend alternatief voor het racistische antwoord dat wij Europeanen nou eenmaal beter en slimmer zijn dan Afrikanen of indianen-Amerikanen.

De antropoloog legde vooral nadruk op de volgende punten uit Diamond's betoog:

-Geografische positie van de continenten en klimaat (hoofdstuk 10 van het boek)
-Landbouw (hoofdstukken 4, 6, 7, 8)
-Gedomesticeerde dieren (hoofdstukken 9 & 11)
-Schrift & technologie (hoofdstukken 12 en 13)

Hij tekende op het schoolbord achter zich een wereldkaartje en toonde aan dat Eurazië een west-oostas heeft en de andere twee grote landmassa's (Amerika en Afrika) een noord-zuidas. Om Diamond te citeren:

De noord-zuidas van de beide Amerika's is veel langer (14,400 km) dan de oost-westas (4800 km op het breedste punt, tot slechts 64 ter hoogte van de Straat van Panama). Dat wil zeggen dat de voornaamste as van Amerika de noord-zuidas is. Hetzelfde, zij het in mindere mate, geldt voor Afrika. De voornaamste as van Eurazië daarentegen is de oost-westas. Welk effect, zo daar sprake van is, hebben die verschillen in oriëntatie van de continenten gehad op de menselijke geschiedenis? Dit hoofdstuk zal gaan over wat ik zie als de enorme, soms tragische gevolgen ervan. De oriëntatie van de assen is van invloed geweest op de snelheid waarmee gewassen en vee zich verspreidden - en mogelijk ook het schrift, het wiel en andere uitvindingen. Dat geografische basisgegeven heeft daardoor in hoge mate bijgedragen aan de zeer verschillende ervaringen van Indianen, Afrikanen en Euraziaten in de afgelopen 500 jaar (Diamond, Ned. editie, 173-174)

De antropoloog vertelde van de voordelen die tarwe (het hoofdgraan in Eurazië) heeft boven maïs (het hoofdgraan in Amerika), bijvoorbeeld dat het veel meer eiwitten in zitten (12-15gram/100 gram versus 3 gram/100 gram). Hij vertelde dat de opbrengsten van de landbouw in de ‘Oude Wereld’ veel groter waren dan in de ‘Nieuwe Wereld’ en dat de meeste indianen voor 1492 helemaal geen landbouw hadden maar jagers-verzamelaars waren. Net als alle Aboriginals-Australiërs bij de komst van de Europeanen daar (17de en vooral 18de eeuw).

Het was bovendien een feit dat de Indianen of Aboriginals geen gedomesticeerde koeien, schapen, geiten, varkens en kippen hadden. Laat staan paarden. Maar dat was ook niet zo gek. Want wilde koeien, schapen, geiten, varkens, kippen en paarden kwamen immers niet voor in Amerika of Australië. Hoe hadden ze die dan kunnen domesticeren? In Amerika hadden ze enkel honden, lama’s en cavia’s. Niet erg geschikt om grote akkers om te ploegen of om op te rijden. Zelfs melk gaven lama’s niet. Bovendien, door de noord-zuidas van Amerika was het indianen nooit gelukt om lama’s vanuit Peru naar Mexico te krijgen. Lama’s waren immers beesten uit de koude en droge bergen en tussen Peru en Mexico lag een gigantisch oerwoud (Panama). Lama’s konden niet tegen zoveel warmte en vochtigheid. Kortom: ook de verschillende klimaten benadeelden de indianen. Om over het extreem warme en droge Afrika en Australië maar te zwijgen.

In Mexico was dan wel een soort van schrift uitgevonden (hoewel het was blijven steken bij hiëroglyfen) maar, alweer door die noord-zuidas, het was nooit verder gekomen dan Mexico. En dan te bedenken dat in de “Oude Wereld” men schreef van Japan tot Frankrijk nadat het schrift was uitgevonden in het Midden-Oosten. Bovendien was het schrift in Amerika (Mexico) veel jonger (ruim 3000 jaar) dan in de “Oude Wereld”. In Australië was het überhaupt nooit uitgevonden en ook Afrika had te lijden onder een noord-zuidas. Het Arabische schrift was alleen in Noord-Afrika en had niet kunnen doordringen tot Afrika ten zuiden van de Sahara.

Met de technologie was het al even treurig gesteld. De meeste indianen waren achtergebleven in de Steentijd en hadden nog nooit metalen gezien toen de blanken kwamen. Daar waar ze wel metalen gebruikten was dat slechts voor kunst en op beperkte schaal. IJzer was al helemaal onbekend. Australië kende ook geen metalen en zwart-Afrika pas zeer recent, veel later dan in Eurazië. Dit, en het gebrek aan gedomesticeerde dieren zorgde ervoor dat men in Amerika de ploeg en zelfs het wiel niet kende.

Kortom: het lag voor de hand dat de Europeanen de wereld konden veroveren en de Amerikanen-indianen, Afrikanen of Australiërs-Aborgininals niet. En toen zij in contact kwamen met Europeanen, stierf een groot deel aan besmettelijke ziektes waartegen Europeanen een natuurlijke weerstand hadden. Die ziektes waren namelijk afkomstig van gedomesticeerde dieren en die ontbraken nou juist in die andere gebieden.

Wat er 500 jaar geleden gebeurde had in feite iedereen al kunnen voorspellen als men de lokale gemeenschappen aan de vooravond van de verovering had kunnen aanschouwen. Euroaziaten hadden zwaarden van metaal (ijzer), paarden om snel van de ene naar de andere plaats te komen en ziektekiemen waartegen anderen geen verweer hadden.

EERSTE ONTDEKKINGEN & BESLISSING
In 1999 hoorde ik dit verhaal en ik had geen reden om er aan te twijfelen. Waarom zou ik ook? Ik wist nog nagenoeg niets van de dingen die ik nu, acht jaar later, weet. En dat betekent dat het snel is gegaan… Hoewel het nog zeker twee jaar duurde voordat ik stom toevallig een schokkende ontdekking deed.

Wilde varkens in Amerika. Wilde schapen in Amerika. Wilde geiten en koeien in Amerika. Paarden die ontstaan waren in Amerika hoewel ze er later waren uitgestorven. En uiteraard kalkoenen in Amerika. Groter en vleziger dan kippen. Dit kon toch niet waar zijn?

Ik kocht het boek van Diamond en kwam o.a. de pekari (het wilde varken) tegen op twee bladzijdes waar ze enkel bij naam genoemd werden. Verder niets. De meeste wilde Amerikaanse dieren werden echter überhaupt niet genoemd. Bovendien noemde Diamond wel Aziatische rendieren (gedomesticeerd) maar niet de Amerikaanse rendieren (niet gedomesticeerd) terwijl dat toch exact dezelfde soort is.

Waarom? Dat vroeg ik me af. Vanaf dat moment besloot ik me te gaan verdiepen in het Amerika van voor 1492. Tot dan toe had ik me enkel beziggehouden met de moderne indianen in Noord-Amerika (voornamelijk VS). In Latijns Amerika (van Mexico tot Chili) had ik me tot dan weinig geïnteresseerd, vooral omdat ik niets met Spanje of Portugal had. De Colombiaanse schrijver Marquez en de al lang overleden ‘popidool’ Che Guevara vond ik weinig interessant. De fout die ik maakte was dat ik dacht dat daar maar één wereld was, de Latino-wereld. Dat de indianen in Latijns-Amerika nog steeds een geheel eigen maatschappij, geschiedenis en cultuur hadden, wist ik niet. Dat is nu wel anders. Marquez en Che boeien me nog steeds niet maar die andere wereld ken ik inmiddels maar al te goed.

En dus besloot ik te stoppen met alle op het Westen (ten Oosten van Amerika!!!) gerichte studies zoals Geschiedenis en Amerikanistiek, naar de VS te reizen en (hoewel ik daar, op een indianenreservaat, definitief de keuze maakte) naar Leiden te gaan om TCIA te studeren (Talen en Culturen van Indiaans Amerika).

Mijn Goden wat een openbaringen!!!

Geen opmerkingen: